- camp
- adj. verwijfd; homoseksueel; verouderd; belachelijk--------n. kamp--------v. kamperen; parkeren; in een kamp wonencamp1[ kæmp]I 〈telbaar zelfstandig naamwoord〉1 kamp ⇒ kampement, legerplaats; 〈figuurlijk〉 aanhang van partij/stelsel♦voorbeelden:1 be in the same camp • aan dezelfde kant staanthe socialist camp • het socialistische kampbreak (up)/strike camp • (zijn tenten) opbrekenpitch camp • zijn tenten opslaanII 〈niet-telbaar zelfstandig naamwoord〉1 militaire leven ⇒ dienst2 kitsch♦voorbeelden:2 high camp • superkitsch————————camp2〈bijvoeglijk naamwoord〉1 verwijfd ⇒ nichterig, precieus2 homoseksueel3 overdreven ⇒ theatraal, bizar4 kitscherig♦voorbeelden:4 high camp • superkitscheriglow camp • goedkoop, laag-bij-de-gronds————————camp3I 〈onovergankelijk werkwoord〉1 kamperen ⇒ zijn kamp/tenten opslaan2 zich nichterig/overdreven gedragen♦voorbeelden:1 camping holiday • kampeervakantiethey camped out last night • ze hebben vannacht in de tent geslapen〈voornamelijk Brits-Engels; slang〉 camp out with • inwonen bijII 〈overgankelijk werkwoord〉1 overdrijven→ camp upcamp up/
English-Dutch dictionary. 2013.